zondag 8 februari 2004

Stappenplan

Linda de Mol is veertig en die heeft nog niet zo lang geleden een kind gekregen. En J. Ook veertig en net een bijzonder gezond kind gebaard. S. is 37, C. 36. Doe mij meer verhalen van moeders die niet meer in de twintig zijn. P. is zwanger. Shit, een stuk jonger dan ik. A: zwanger. Ook jonger. Nou ja, die is toch zeker ook al 31.
Wanneer komen die moedergevoelens van mij? Toen ik 32 werd wist ik het: nu moet ik er echt eens over beginnen tegen H. Uuuh, als we op reis zijn, dan heb ik daar genoeg tijd voor. Zo gezegd, zo gedaan. In de straten van Chiang Mai (tweede stad van Thailand) terwijl we het over onze volgende grote reis hebben, durf ik er eindelijk over te beginnen. “Uuh …(stilte), die reis hè, over twee jaar…. misschien moeten we ook nog ergens anders rekening mee houden, gezien mijn leeftijd en zo…” Toen dat er uit was, viel het daarna allemaal wel mee. H. leek het te begrijpen, gooide zijn antikinderwens dan toch maar overboord en tijdens de busreis naar de grens van Laos vermaakten we ons met kindernamen verzinnen. Ik bedoel: jongensnamen. Zo, stap één was gezet. Het grote woord was er uit. Grote meid. Dan mag stap twee wel weer even wachten. Maar, als ik 33 wordt dan moet ik het er echt weer eens over hebben. En zo geschiedde. Plotseling is het 24 oktober. Morgen ben ik jarig. In mijn hoofd flikkert het getal 33 als een groot neonreclameboord aan en uit. Ik wil geen drieëndertig worden. Drieëndertig worden betekent grote-mensen-dingen zeggen. En grote-mensen-beslissingen nemen. Drieëndertig is geen tweeëndertig meer. En voor je het weet is er weer een jaar voorbij: vierendertig.
Ondertussen stromen de geboortekaartjes binnen. Nog steeds geen moedergevoelens. Niks. Geen biologische klok. Wel een leeftijdsklok die verder tikt. En een vriend. En een goede baan. En een groot huis. En geen excuses.
Het is één dag voor mijn verjaardag en ik neem H. mee uit eten. We zitten bij Luce en eten als voorgerecht tempura. H. zegt: “P. en W. zijn zwanger”. In mijn ooghoek knippert die grote drieëndertig. Nu kan ik er makkelijk over beginnen. Mijn risotto valt tegen. H. snapt dat ik niet te lang wil wachten. “Maar dat betekent niet nú… toch?” Ok, stap drie kan nog wel even wachten. Boet, Wiep, Amalia en Jiri worden geboren en inmiddels is 2004 al lang en breed aangebroken. Het blijkt dat er vorig jaar in Nederland de laagste bevolkingsgroei was sinds 1984. En ik maar denken dat we midden in een soort babyboom zaten. Tja, een kwestie van perceptie.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen