zaterdag 29 september 2012

Straks word je nog gelukkig


“Pas maar op. Straks word je nog gelukkig.” Met lachende ogen kijkt hij over zijn brilletje heen naar mij. Na maandenlang wekelijks in de stoel tegenover hem te hebben gezeten om mijn hart te luchten, uit te huilen en vooral ook veel naar hem te luisteren, geeft hij me deze waarschuwing. Met een groots gebaar neemt hij zijn bril van zijn hoofd en wacht mijn reactie af. Ik lach en denk dat ik hem geloof.
Ik weet niets eens meer hoelang het was dat ik wekelijks naar de stad fietste voor mijn therapiesessies. Wat ik wel weet is dat het even wennen was, maar vooral dat het een hele verademing was. Wekelijks je ei kwijt kunnen zonder schuldgevoel. Wekelijks wijze raad. Geen adviezen die je van je beste vrienden ook kunt krijgen, maar een andere blik die verder gaat dan je eigen logische gedachten. Die dus heel vaak niet logisch blijken te zijn.
Mijn steun en toeverlaat – we noemen hem Frits – kende geen wachtlijst toen ik hem voor het eerst belde in grote paniek. Frits kon ik in geval van nood altijd storen, zelfs als hij vakantie vierde op de Waddenzee met vrouw en kind. Frits zei eigenlijk altijd slimme dingen, kwam met hilarische voorbeelden en zijn stem deed me sterk denken aan die van Bert van Ernie.
Na – pak ‘m beet – anderhalf jaar werden de bezoekjes iets minder frequent en kon ik het op een gegeven moment ook zonder Frits. Ik was van mijn angst- en paniekaanvallen af en had mijn draai weer gevonden. Er waren geen grootse en schokkende dingen aan het licht gekomen, maar ik had dankzij de therapie een realistischer zelfbeeld gekregen, een realistischer beeld van mijn naasten en een realistischer beeld van mijn verleden. En dat hielp om meer mezelf te zijn, zonder angst.
Maar blijkbaar hoort het ook bij mij om soms toch weer even de weg kwijt te zijn. Dan bel ik schoorvoetend Frits.
Zo belde ik hem anderhalf jaar geleden ook in grote paniek. Een paar dagen eerder hadden we gehoord dat Teun (toen een maand of vier oud) drie gaatjes in zijn hart had en naar alle waarschijnlijkheid zeer snel een openhartoperatie zou moeten ondergaan. Ik wist niet waar ik het zoeken moest van angst. Mijn kleine mannetje op de intensive care, aan allemaal slangen en apparaten die zijn hartfunctie over zouden nemen. Hoe moest ik daarmee omgaan. Frits luisterde rustig naar me en leefde zich in. Hij vertelde me dat mijn angst volledig normaal was. Hier was geen sprake van een psychisch probleem. Hier was sprake van een reële angst, die iedere ouder zou hebben. Geen reden voor een bezoek aan hem. Hij gaf me drie tips die ik mijn leven niet zal vergeten:
1.    Laat je altijd goed informeren. Stel alle vragen die je vragen kunt aan de artsen.
2.    Als het daadwerkelijk mis is: accepteer het! (hoe moeilijk dat ook is).
3.    Praat erover met je vrienden (‘want die heb jij genoeg,’ voegde hij toe).
Ik nam deze wijze woorden ter harte en Teun bleek op wonderbaarlijke wijze te genezen en hoefde nooit geopereerd te worden. Ik leefde dus weer gelukkig voort.
Soms komt er toch een minder reële paniekaanval om de hoek kijken. En zo kan het zijn dat ik weer in de stoel tegenover hem beland. Ik zie het maar als een jaarlijks APK’tje. Blijkbaar heb ik die af en toe nodig. Godzijdank is daar dan Frits, die mij weer op het rechte pad zet. En dat is fijn. Zo fijn dat ik eigenlijk iedereen zo zijn eigen Frits gun.

Dit blog verscheen eerder op www.mentaalvitaal.nl

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen