woensdag 11 mei 2011

Short Story 6: Wachten

Het is een prachtige dag om op Schiphol rond te lopen. De lucht is strak blauw en iedereen lijkt in vakantiestemming. Het is precies zoals Annabella het voor zich had gezien. De perfecte dag om Farid op te halen. Ze loopt door de stationshal richting de aankomsthal. Rustig. Ze heeft geen haast. Zijn vliegtuig landt pas over een half uur. Het liefst zou ze rennen, huppelen, maar ze houdt zich in. En doet alsof het een gewone dag is.
In de aankomsthal tuurt ze op de monitoren met aankomsttijden. Haar ogen scannen de
informatie: 10.25 uur Teharan, Iran Air. Nog geen nieuwe informatie. In ieder geval geen vertraging gemeld.
“En ….. komt’ie op tijd aan?”
Ze kijkt naar links. Heeft hij het tegen haar? Ze kijkt in het lachende gezicht van een oudere man.
“Uuh, ik geloof het wel,” antwoordt ze de man met een enorme lach op haar gezicht. Het is duidelijk, ze kan het niet verbergen. En de wereld mag het weten ook.
“Geniet er maar van,” knikt hij haar toe, met iets van weemoed in zijn ogen. Alsof hij wil toevoegen ‘voor je ’t weet is het voorbij.’
“Dat zal wel lukken!”
Ze doodt de tijd in de hal door wat heen en weer te lopen en af en toe haar iPhone te checken op nieuwe berichten en tweets. Maar ze is te onrustig om echt te lezen. De adrenaline giert door haar lijf, niets komt binnen en de tijd tikt stroperig door.
Maar haar wachten wordt beloond. “Geland” verschijnt er opeens op het bord bij de vlucht van Farid.
“Farid, Farid,” zingt haar hart. De man met de zachte ogen. De zachte stem. De man die haar kan laten lachen. Die haar de zonnige kant van het leven liet zien na haar borstoperatie. Ze gaat op haar tenen staan om te kijken of er al mensen bij de bagageband staan. Hoeveel tijd zit er eigenlijk tussen het landen en door de douane komen? Hoe snel zullen zijn koffers uit het vliegtuig komen. Maar de hal is nog te leeg. Er lopen alleen een handje vol te bruine vakantiegangers die op hun koffers uit Ibiza wachten.
Haar hart bonst nu in haar keel. Het is een jaar en twee maanden geleden dat ze hem tegen zich aan heeft gevoeld. Eerder kon hij niet komen. Kon hij zijn familie niet verlaten. Maar vorige maand kwam het bericht dat hij er klaar voor was. Dat ze eindelijk herenigd zouden worden.
Om haar heen wordt het drukker. Naast haar een grote familie in traditionele kleding. Ze dringen zich voor het raam. Drukken haar opzij. Ze probeert vast te houden aan haar plekje. Zodat ze hem kan zien zodra hij de hal in komt.
Als de dag van gisteren ziet ze hem nog door de douane verdwijnen. Ook op Schiphol, maar dan in de omgekeerde wereld. Toen verdween hij in de mensenmenigte achter de douane en wist ze niet wanneer ze hem terug zou zien.
Haar hart maakt een sprongetje als ze de mensen naast haar hoort roepen en ziet zwaaien. Zij hebben hun man, oom of vader al gezien. En dat laten ze niet ongemerkt. Ze gaat nog meer op haar tenen staan, alsof die centimeter wat uitmaakt. Ze tuurt, ze knippert en focust opnieuw. Maar ze ziet hem nog niet.
Zodra hij haar vertelde dat hij kon komen heeft Annabella hem het geld gestuurd. Zodat ze zeker wist dat het zou lukken. Met nog wat extra geld, voor zijn familie. Ze wist dat hij zich daar goed bij zou voelen. Hij was er geen man naar om zijn familie in de steek te laten. Hij had het ticket direct geboekt en het geld dat hij overhield aan zijn moeder geschonken. Ze was dronken van geluk geweest toen hij de vluchtgegevens mailde. Ze hadden elkaar via Skype bemint, hun liefdesverklaringen waren via de digitale snelweg altijd goed overgekomen. Maar ’s avonds als de computer uit was, als ze alleen in bed lag was ze eenzaam. Voelde ze zich afgesneden. Voelde ze de huid trekken waar ooit haar borst had gezeten. En moest ze heel hard haar best doen om zich zijn handen op haar lijf te herinneren. De handen die haar met én zonder borst hadden bewonderd. Die ervoor zorgden dat ze zich niet minder voelde dan ze ooit was.
De hal staat nu vol. De koffers draaien over de bagageband en de eerste bagage wordt al van de band getrokken. Maar ze heeft Farid nog niet ontdekt. Waar zal hij zijn? Zou uitgerekend hij er door de douane zijn uitgepikt?
Achter haar begint nu ook rumoer te ontstaan. Overal ziet ze lachende gezichten. Maar geen Farid. Hij staat vast achteraan. Bescheiden als hij is. Ze heeft vast niet goed gekeken. En door al die families om haar heen kan hij haar natuurlijk ook niet zien. Misschien kan ze beter om de hoek staan. Ze wurmt zich door de menigte naar de andere kant van het raam. En probeert ondertussen de hal niet uit het oog te verliezen.
“Farid, Farid, waar ben je?”
Ze gelooft in telepathie. Als ze maar hard genoeg aan hem denkt, komt hij vast opeens te voorschijn. Waarschijnlijk staat hij dichterbij dan ze denkt. Kijkt ze gewoon over hem heen.
Er komen nu steeds meer mensen door de schuifdeuren naar buiten. Ze houdt nu één oog op de deur en één oog op de hal. Nog even en hij staat gewoon voor haar neus. Nog even en ze lopen innig omstrengeld naar de parkeergarage.
In de aankomsthal is het omhelzen inmiddels al begonnen. De stroom mensen die door de schuifdeuren komt lijkt nu op zijn hoogtepunt. Een zakenman met een compacte koffer en aktetas, loopt ongeduldig achter een ouder echtpaar dat met immens grote koffers door de deuren schuifelt. Ze kijken net na de deur vertwijfeld om zich heen, terwijl de man het liefst door ze heen zou willen. En ook Annabella wil ze daar wegtrekken. Farid kan achter ze staan. Trappelend om haar te zien. De oudjes schuifelen verder totdat een brede lach op het gezicht van de oma oplicht. Ze gooit haar armen in de lucht, zich niet realiserend dat ze de uitgang verspert.
Maar na het oude echtpaar komt er niet veel meer. Ze kijkt nog eens de hal in. De meeste koffers zijn inmiddels van de band gehaald. De hal is bijna leeg. Ze telt de mensen die nog rondlopen. Eén, twee, vier, zes, zeven mensen. Zeven mensen die ze niet kent. Die niet op Farid lijken. Wat nu? Zal ze naar de douane lopen? Naar de luchthavenpolitie? Misschien hebben zij Farid gezien.
Ze kijkt verwilderd om zich heen. Op zoek nu naar bordjes die aangeven waar ze verder kan zoeken. Ze rent nu, vliegt, botst tegen mensen.
“Mevrouw gaat het wel goed met u?” ze kijkt in het gezicht van een piloot. Of is het een steward. Ze knikt, ze schud nee, en met horten en stoten legt ze uit dat ze Farid kwijt is. De piloot-steward neemt haar mee naar een kantoortje. Ze hoort hem haar verhaal vertellen. Er gaan mensen op zoek. Ze vragen zijn vluchtnummer. Ze vragen zijn naam. Ze schudden nee.
“Hij zat niet op de vlucht,” hoort ze ze zeggen. Ze gelooft ze niet. Ze gaat terug naar de hal. Ze gaat wel even zitten. Hij zat waarschijnlijk opgesloten in de wc. Hij komt er vast zo uit. Ze moet gewoon nog even geduld hebben.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen