De Club van Relaxte Moeders blijft maar groeien. Daarom leek het mij goed de achterliggende ideeën in een echt manifest op te nemen. Dames, kunnen jullie je hier in vinden?
zondag 28 april 2013
donderdag 28 maart 2013
Club van relaxte vaders
Op veler verzoek heb ik nu ook de club van relaxte vaders geopend. Een blog van verschillende vaders. Van vaders die
opvoeden, maar niet de waarheid in pacht hebben. Van de grappigste vaders ter
wereld, vaders die goed kunnen stoeien, vaders met wie je de stad in wil. Van
vaders die met hun kinderen gooien. Die soms heel laat thuis zijn. Van
vaders die langs de lijn staan, die ook luiers verschonen, die heel goed kunnen
gamen en die eigenlijk net als die andere vaders (en moeders) ook maar wat
doen.
De eerste bijdrage op het blog is van Luuk. Die vroeger het liefst anoniem door de stad liep. Maar sinds hij kinderen heeft, wordt dat een stuk lastiger...
Het blog is een aanvulling op Relax Mama! en de 'Club van relaxte moeders.'
Want bij een relaxte moeder hoort een relaxte vader, toch?
Lees meer op www.relaxtevaders.blogspot.nl
dinsdag 26 maart 2013
Relax Mama! de soundtrack
Hij is er! De eerste Relax Mama-muzieklijst. Je vind hem op Perfects.nl. Geen lijst met zoetsappige platen over moeders of over de liefde voor je kinderen. Op Perfect Relax Mama! vind je muziek die ervoor zorgt dat je je haar wilt losgooien, je heupen wilt wiegen en je strot open wilt trekken. Platen waar je gewoon vrolijk van wordt. Power vrouwen van vroeger en nu, afgewisseld met goede beats van leuke mannen. De perfecte muziek om op te zetten in de auto als je terug komt van je werk en van werkende vrouw moet transformeren naar vrolijke moeder. Nummers om flink hard thuis aan te zetten en in de huiskamer met kind op je arm op te dansen. Muziek waarbij legostenen en treinrails opruimen een feest wordt.
En ach, om het af te maken eindigt de lijst alsnog met een zoetsappig nummertje van Ben Folds, The Luckiest. Want ook al is het leven soms ‘Not fair’ (Lily Allen), voel je je als moeder ook wel eens ‘Locked out of heaven’ (Bruno Mars’), we zijn ook allemaal wel eens ‘on fire’ (Alicia Keys) en zijn we allemaal gewoon vette mazzelaars met die leuke kinderen van ons. Verder geen diepgaande geheime boodschap in de titels. ‘Shine bright like a diamant’ ladies (Rihanna), vier het leven (oftewel ‘Dejame Vivir) en onthoud: you can still rock mama!
vrijdag 22 maart 2013
Geuzennaam
Ik weet niet meer precies wanneer het was en wie ik belde.
Maar ik weet wel dat ik met een dikke grijns op mijn gezicht aan de telefoon
zat toen ik voor het eerst zei: ‘Hallo, met de moeder van Keet.’ Ik had van te
voren nooit gedacht hoe cool het zou zijn om die woorden uit te spreken. En
hoe fijn is het als je kind voor het eerst ‘mama’ zegt!? Ik hoop in ieder geval
dat Keet en Teun mij altijd mama blijven noemen. De rest van de wereld noemt me
al Elsbeth. Maar er zijn maar twee mensen in de hele wereld voor wie ik
eigenlijk ‘mama’ heet!
woensdag 20 maart 2013
zaterdag 9 maart 2013
Rauw
Het is al weer negen jaar geleden dat ik mijn vriendin Ida verloor. In mij groeide nieuw leven en zij beroofde zich van het leven. De laatste paar weken denk ik weer veel aan haar. Bijvoorbeeld als er via Twitter of Facebook oproepen naar vermiste personen verschijnen (please retweet). Toen Ida verdween wisten we nog niets van Facebook, Hyves of Twitter. We hingen stencils met haar foto op, op het station en op hoeken van straten. Stencils die we weer weghaalden toen het niet meer nodig bleek te zijn. Ik denk meer aan haar nu ik weer actiever ben gaan hardlopen en ik geïnterviewd werd over hardlopen. Ik dacht aan haar toen we een paar dagen gingen snowboarden. Allemaal dingen die we vroeger samen deden.
Negen jaar. Soms lijkt het lang, soms lijkt het kort. Negen jaar dat is bijna de leeftijd van mijn stoere meissie, die ik voor het eerst voelde trappelen toen ik de enveloppen van de rouwkaarten aan het schrijven was. Het zijn negen jaren waarin ik soms ook een tijdje niet aan haar dacht. Jaren die ik wel met haar had willen delen. Waarin ik ook nog een jochie kreeg en nieuwe lieve vrienden die haar nooit hebben gekend en nooit meer kunnen leren kennen.
Ze zit weer in mijn hoofd de laatste weken en ik probeer met een glimlach terug te denken aan de mooie, grappige avonturen die we samen hebben meegemaakt. Hoe ze me tijdens onze studententijd als huisgenoot uit bed trok om voor dag en dauw te gaan zwemmen, hoe we samen onze eerste meters op het snowboard maakten, hoe we in diepe zeeën doken en hoe ze keek toen ik vertelde dat ik zwanger was van Keet. Maar hoe veel goede herinneringen er ook zijn, nergens lukt het me om met een glimlach terug te kijken.
Na negen jaar is het nog altijd het verdriet dat overheerst in plaats van het plezier van het samen geleefde leven. Geen rauw en alles overheersend verdriet meer. Maar wel verdriet van gemis en de zwarte rand die altijd om haar dood heen blijft hangen. En verdriet van onuitgesproken gedachtes en misverstanden.
Ik wil graag met een glimlach terugdenken. Maar misschien zijn daar nog wel negen jaar voor nodig.
Deze column verscheen eerder op www.mentaalvitaal.nl
dinsdag 5 maart 2013
Hoe ik werd wat ik wilde worden
Een paar jaar geleden was ik mezelf kwijt. Ik wist niet meer wat ik leuk vond en was vergeten waar ik blij van werd. Het duurde even voordat ik dat door had, maar toen ik iets te vaak moe was en ‘niet zo lekker’ besloot mijn man me wakker te schudden en aan de bel te trekken. Ik ging onder een palmboom zitten (we waren op dat moment in Bali) en realiseerde me dat ik stress had. Gedurende die vakantie kwam ik erachter dat ik mezelf gruwelijk vergeten was. Ik was heel hard voor mijn dochter (toen bijna twee) gaan zorgen en voor manlief die dat jaar de ziekte van Pfeiffer had gehad en had mezelf volkomen weggecijferd. Er was weinig Elsbeth over. Er was de moeder-Elsbeth, vrouw-Elsbeth en de werk-Elsbeth, maar de leuke-dingen-voorjezelf-doen-Elsbeth was praktisch verdwenen.
Er was werk aan de winkel. Ik moest mezelf opnieuw uitvinden. Naast wat hard-core therapie ging ik op zoek naar een hobby. En zo kwam ik bij de cursus ‘Verhalen schrijven’ terecht. Ik wilde tenslotte als kind al schrijver worden, ik schreef af en toe al een column voor een kleine lezerskring en op het werk werden de schrijfklussen ook altijd mijn kant opgeschoven. Maar fictie, daar had ik me nooit aan gewaagd. Met pen en schrijfblok kwam ik in een klaslokaal met allemaal amateur-verhalenschrijvers terecht. En ik werd er helemaal blij van. Iedere dinsdagavond fietste ik door de kou de stad in en fietste ik twee uur later met een dikke lach op mijn gezicht weer terug naar huis. Vol ideeën, vol inspiratie en langzaamaan ook met steeds iets meer ambitie.
In de zomer van 2009 durfde ik zelfs mee te doen aan een verhalenwedstrijd van de Volkskrant. Ik stuurde mijn verhaal ‘Naar huis’ in en vergat vervolgens mijn mail te checken, waardoor ik bijna niet door had dat ik de wedstrijd won. De redacteur van de wedstrijd wist me uiteindelijk toch te bereiken toen ik op mijn werk was. En ik was door het dolle heen. Ik huppelde door de gangen van het grote kantoorgebouw waar ik destijds werkte en lachte van oor tot oor. Ik had een schrijfwedstrijd van de Volkskrant gewonnen! Hoe cool was dat.
In de maanden die volgden gebeurde er iets in mijn hoofd. Het gevoel bekroop mij dat ik die schrijfliefde misschien toch maar eens serieus moest gaan nemen.
Langzaam groeide het plan om schrijver te worden. Zou ik stoppen met werken en de stap wagen? Ik ging het plan hier en daar hardop uitspreken. Ik ging het plan langzaam geloven. Ik ging wat minder geld uitgeven om wat te sparen voor het geval ik echt zou stoppen met werken. Ik liet me niet ontmoedigen door een ‘echte schrijver’ die na een schoolpleingesprekje spottend op Twitter schreef: “ik ontmoet hier Elsbeth en ze is eigenlijk schrijver’.
Ik laste nog even een pauze in omdat ik onverwacht zwanger was van Teun. En ik hakte de knoop door toen Teun er eenmaal was. Ik werd schrijver. Ik ben schrijver. Ik werd wie ik altijd al wilde worden. En ik werd die dag trouwens ook veertig.
Dit blog verscheen in december op www.mentaalvitaal.nl
Er was werk aan de winkel. Ik moest mezelf opnieuw uitvinden. Naast wat hard-core therapie ging ik op zoek naar een hobby. En zo kwam ik bij de cursus ‘Verhalen schrijven’ terecht. Ik wilde tenslotte als kind al schrijver worden, ik schreef af en toe al een column voor een kleine lezerskring en op het werk werden de schrijfklussen ook altijd mijn kant opgeschoven. Maar fictie, daar had ik me nooit aan gewaagd. Met pen en schrijfblok kwam ik in een klaslokaal met allemaal amateur-verhalenschrijvers terecht. En ik werd er helemaal blij van. Iedere dinsdagavond fietste ik door de kou de stad in en fietste ik twee uur later met een dikke lach op mijn gezicht weer terug naar huis. Vol ideeën, vol inspiratie en langzaamaan ook met steeds iets meer ambitie.
In de zomer van 2009 durfde ik zelfs mee te doen aan een verhalenwedstrijd van de Volkskrant. Ik stuurde mijn verhaal ‘Naar huis’ in en vergat vervolgens mijn mail te checken, waardoor ik bijna niet door had dat ik de wedstrijd won. De redacteur van de wedstrijd wist me uiteindelijk toch te bereiken toen ik op mijn werk was. En ik was door het dolle heen. Ik huppelde door de gangen van het grote kantoorgebouw waar ik destijds werkte en lachte van oor tot oor. Ik had een schrijfwedstrijd van de Volkskrant gewonnen! Hoe cool was dat.
In de maanden die volgden gebeurde er iets in mijn hoofd. Het gevoel bekroop mij dat ik die schrijfliefde misschien toch maar eens serieus moest gaan nemen.
Langzaam groeide het plan om schrijver te worden. Zou ik stoppen met werken en de stap wagen? Ik ging het plan hier en daar hardop uitspreken. Ik ging het plan langzaam geloven. Ik ging wat minder geld uitgeven om wat te sparen voor het geval ik echt zou stoppen met werken. Ik liet me niet ontmoedigen door een ‘echte schrijver’ die na een schoolpleingesprekje spottend op Twitter schreef: “ik ontmoet hier Elsbeth en ze is eigenlijk schrijver’.
Ik laste nog even een pauze in omdat ik onverwacht zwanger was van Teun. En ik hakte de knoop door toen Teun er eenmaal was. Ik werd schrijver. Ik ben schrijver. Ik werd wie ik altijd al wilde worden. En ik werd die dag trouwens ook veertig.
Dit blog verscheen in december op www.mentaalvitaal.nl
donderdag 7 februari 2013
Rennen
Er hangt een hardloopschema op mijn koelkast. Een schema om over een paar weken klaar te zijn voor een 10-kilometer loop. Zowel het schema als de inschrijving helpen mij om het hardlopen weer op te pakken, om mezelf iedere keer een schop onder mijn kont te geven als ik eigenlijk geen zin heb. En wat is het fijn! Ik weet dat niet iedereen het met me eens is. Maar voor mij geldt: hardlopen 'rules'. Om wel vijftig redenen. Maar hier de negen belangrijkste voor moeders.
maandag 21 januari 2013
It takes a village to live your life
Stress komt soms uit onverwachte hoek. Onze auto stopte er vorige week van het ene op het andere moment mee. Ik was met Teun in het ziekenhuis geweest om bloed te prikken en toen ik weg wilde rijden gebeurde er niets. Daar stond ik dan op een regenachtige parkeerplaats met een peuter die net heel hard had gehuild toen het bloed prikken niet lukte en die nog een keer heel hard had gehuild toen bleek dat het beloofde ijsje niet op voorraad was. Autopech komt nooit gelegen. De wegenwacht was er gelukkig sneller dan verwacht, maar concludeerde na een paar minuten dat hij niets kon doen. “Er is iets mis met de distributieriem, dit moet de garage doen.” Ik weet niets van auto’s maar bij het woord distributieriem gingen er wel wat bellen rinkelen. Ik was op zijn zachtst gezegd ‘not amused’. Maar goed de auto werd naar de garage gesleept en wij naar huis gebracht. Het probleem was even uit zicht.
Twee dagen later belde de garage met onheilspellende berichten over kromme kleppen, meer onderzoek nodig, hoge kosten, bla bla bla en wat ze nu verder mochten gaan doen. Ik blokkeerde. Ging op zwart. Ik wil geen kapotte auto, ik wil zeker niet nadenken over kapotte auto’s en ik wil al helemaal geen beslissingen nemen over dingen waar ik geen verstand van heb. Dus belde ik mijn man. Die ook blokkeerde en de aap niet op zijn schouders nam.
Gelukkig kreeg ik heel even een heldere ingeving: m’n vader! Ik belde het ouderlijk huis. Mijn vader houdt wel van auto’s. Mijn vader is slim en mijn vader houdt van helpen en uitzoeken. Dit was wat ik nodig had. We namen samen wat beslissingen (‘we’ moeten van deze auto af) waardoor ik de situatie weer bijna ging begrijpen. En de volgende dag stond hij op de stoep met een uitdraai en folder van auto’s die zuinig zijn in verbruik en binnen ons bereik lagen. Henno en ik bekeken de folders en waren blij dat iemand anders voor ons alvast wat beslissingen had genomen.
Een paar dagen later fietsten we zelfs vrolijk door de sneeuw naar de autoboulevard in Overvecht om auto’s te gaan krijgen. Zomaar een ochtendje met z’n tweeën was sowieso een onverwacht cadeautje en eenmaal bij de dealer aangekomen om te zien wat voor ons mogelijk was, kregen we er zowaar lol in. We hielden contact met onze secondant thuis en onder auspiciën van mijn vader was het een paar dagen later allemaal geregeld. Stress weg, kapotte auto weg en een stationwagen rijker.
Vanmorgen fietste ik naar een koffieafspraak in de stad, bij koffiebar The Village en bedacht me hoe fijn het is om hulp te durven vragen. Hoe fijn het is om mensen in je omgeving te hebben die je graag helpen. Dat als je ergens geen verstand van hebt, je het ook niet in je eentje moet gaan uitvogelen. ‘It takes a village to raise a child’ zegt een Afrikaans gezegde. Maar wat ik van deze week vooral leerde was: ‘it takes a village to live your life.’ Wees niet bang om hulp te vragen en aan te nemen. Je leven wordt er een stuk aangenamer van.
Deze blog verscheen eerder op www.mentaalvitaal.nl
maandag 3 december 2012
Een issue met slapen
Daar lig ik dan, met al m’n goede voornemens. Te staren naar het plafond met een wakkere peuter naast me. Het is half vier ’s nachts. Ergens in de verte hoor ik heel zacht een alarm afgaan en ik voel me boos en opgefokt.
Ik had het me nog zo voorgenomen. Ik word niet meer boos als ik te vroeg wakker word. Ik word niet chagrijnig van gebroken nachten. Ik ga niet elke avond naar bed met de wens om nu eens een hele nacht door te slapen. Want dat zit er blijkbaar op dit moment niet in. En daar moet ik misschien maar mee leren leven in plaats van me er tegen te verzetten, zoals de afgelopen maanden.
Toen ik laatst een week op vakantie was zonder kinderen was dat ook waar ik zo naar uitkeek: doorslapen! Het mooie weer, de cultuur en het weerzien met vrienden waren mooi meegenomen, maar het slapen. Daar hunkerde ik naar.
Dus toen ik daar ook al na een paar uur slaap wakker werd, vond ik dat irritant. Ook al kon ik me weer omdraaien. Ik was niet meer gewend om uit te slapen, dus dat was ook in een weekje niet opnieuw aan te leren. De vakantieweek vorderde. En in plaats van dagen te luieren en slapen gingen we op ontdekkingstocht, bezochten we musea, belachelijk grote winkelcentra, de hoogste toren van de wereld, de leukste restaurantjes, verschillende souks en ontbeten we met Emiraten. Hier en daar pakten we een rustmomentje, maar we waren toch vooral aan het doen. En ik kwam vol energie thuis.
In het vliegtuig terug las ik een stukje tekst in de Happinez van Barbara Tammes (schrijver van het ‘Handboek voor het bouwen van je eigen luchtkasteel’). Ze schreef: “Word verliefd op de tijd. […] In plaats van je er tegen te verzetten, de tijd te vervloeken, loop je samen op. Hand in hand. Bedenk als je ’s ochtends de wekker hoort: ha goedemorgen tijd, daar ben je weer.[…]” En toen wist ik het. Dat slapen, daar moest ik me maar bij neerleggen. Ik word misschien wat labiel van weinig slaap, maar ik functioneer verder prima. Ik krijg m’n werk af, hou het gezin aardig draaiende en doe tussen de bedrijven door ook nog leuke dingen. Dus ik laat me niet meer gek maken. Ik kijk niet meer direct op de wekker als Teun me ’s nachts wakker roept. Ik neem hem gewoon bij me en we slapen weer met een glimlach door. En als ik ’s ochtends vroeger wakker word dan noodzakelijk dan bedenk ik heel vriendelijk ‘wat fijn dat ik nog even kan blijven liggen’. Dat was dus het plan.
Tot nu. Want nu ben ik al bijna een uur wakker. Is het midden in de nacht en roept Teun ook al een half uur dat hij melk wil. Die glimlach is ver te zoeken. Ik wil geen melk maken, ik wil slapen. Ik wil morgen helder zijn, want ik heb veel werk waar ik mijn hoofd bij moet houden de komende dagen.
“Mellukkie”, hoor ik nog eens naast me en ik ben het zat. Ik stamp naar beneden om van het gezeur af te zijn. Ik ben boos op de wereld (niet op Teun), ik ben niet verliefd op de tijd en ben klaarwakker.
Uiteindelijk val ik toch nog een uurtje in slaap en functioneer ik die dag nog redelijk goed. Maar toch.
Ik ga mijn goede voornemens weer oppakken. Met een glimlach de nacht door, slapend of wakker.
Deze blog verscheen eerder op www.mentaalvitaal.nl
Ik had het me nog zo voorgenomen. Ik word niet meer boos als ik te vroeg wakker word. Ik word niet chagrijnig van gebroken nachten. Ik ga niet elke avond naar bed met de wens om nu eens een hele nacht door te slapen. Want dat zit er blijkbaar op dit moment niet in. En daar moet ik misschien maar mee leren leven in plaats van me er tegen te verzetten, zoals de afgelopen maanden.
Toen ik laatst een week op vakantie was zonder kinderen was dat ook waar ik zo naar uitkeek: doorslapen! Het mooie weer, de cultuur en het weerzien met vrienden waren mooi meegenomen, maar het slapen. Daar hunkerde ik naar.
Dus toen ik daar ook al na een paar uur slaap wakker werd, vond ik dat irritant. Ook al kon ik me weer omdraaien. Ik was niet meer gewend om uit te slapen, dus dat was ook in een weekje niet opnieuw aan te leren. De vakantieweek vorderde. En in plaats van dagen te luieren en slapen gingen we op ontdekkingstocht, bezochten we musea, belachelijk grote winkelcentra, de hoogste toren van de wereld, de leukste restaurantjes, verschillende souks en ontbeten we met Emiraten. Hier en daar pakten we een rustmomentje, maar we waren toch vooral aan het doen. En ik kwam vol energie thuis.
In het vliegtuig terug las ik een stukje tekst in de Happinez van Barbara Tammes (schrijver van het ‘Handboek voor het bouwen van je eigen luchtkasteel’). Ze schreef: “Word verliefd op de tijd. […] In plaats van je er tegen te verzetten, de tijd te vervloeken, loop je samen op. Hand in hand. Bedenk als je ’s ochtends de wekker hoort: ha goedemorgen tijd, daar ben je weer.[…]” En toen wist ik het. Dat slapen, daar moest ik me maar bij neerleggen. Ik word misschien wat labiel van weinig slaap, maar ik functioneer verder prima. Ik krijg m’n werk af, hou het gezin aardig draaiende en doe tussen de bedrijven door ook nog leuke dingen. Dus ik laat me niet meer gek maken. Ik kijk niet meer direct op de wekker als Teun me ’s nachts wakker roept. Ik neem hem gewoon bij me en we slapen weer met een glimlach door. En als ik ’s ochtends vroeger wakker word dan noodzakelijk dan bedenk ik heel vriendelijk ‘wat fijn dat ik nog even kan blijven liggen’. Dat was dus het plan.
Tot nu. Want nu ben ik al bijna een uur wakker. Is het midden in de nacht en roept Teun ook al een half uur dat hij melk wil. Die glimlach is ver te zoeken. Ik wil geen melk maken, ik wil slapen. Ik wil morgen helder zijn, want ik heb veel werk waar ik mijn hoofd bij moet houden de komende dagen.
“Mellukkie”, hoor ik nog eens naast me en ik ben het zat. Ik stamp naar beneden om van het gezeur af te zijn. Ik ben boos op de wereld (niet op Teun), ik ben niet verliefd op de tijd en ben klaarwakker.
Uiteindelijk val ik toch nog een uurtje in slaap en functioneer ik die dag nog redelijk goed. Maar toch.
Ik ga mijn goede voornemens weer oppakken. Met een glimlach de nacht door, slapend of wakker.
Deze blog verscheen eerder op www.mentaalvitaal.nl
donderdag 22 november 2012
Streng
Ik behoor tot de categorie ‘niet zo strenge moeders’. Ik heb
geen regels over wanneer er gesnoept mag worden en hoeveel tijd ze voor een
beeldscherm mogen doorbrengen. Van mij hoeven de kinderen ook niet ‘eerst
iets hartigs en dan pas zoet’ op de boterham en ik heb nogal eens moeite
met ‘nee’ zeggen. Daardoor loopt het wel eens uit de hand en kan het zijn dat
Teun de hele ochtend Dora-filmpjes kijkt, en ze iets snoepen op een moment dat
het eten bijna op tafel staat. Daar voel ik me natuurlijk ook regelmatig
schuldig over, want alla ik ben ook maar een mens en een moeder, en je schuldig
voelen hoort nou eenmaal bij ons soort. Ik denk dus regelmatig dat ik mijn
kinderen veel te veel verwen en dat ik te veel de makkelijke weg kies, maar dat
weet ik dan vaak ook wel weer snel recht te praten door te bedenken dat ik
gelukkig hele dunne kinderen heb, die ook best van gezond eten houden. En die
ook heel goed zelfstandig kunnen spelen. En trouwens ik ben vorige week met
Teun op babygym gegaan en Keet heeft nog nooit een gaatje gehad bij de
tandarts.
Vorige week was ik met mijn lieve vriendin P. op vakantie die
sommige dingen totaal anders doet. Zo heeft zij bijvoorbeeld het vier-uurtje
ingesteld; hét tijdstip waarop de kids iets mogen snoepen. Liggen haar kinderen
iedere dag keurig op tijd op bed (en slapen ook nog eens de hele nacht in hun
eigen bed) en heeft ze een formule om te bepalen hoeveel zakgeld ieder kind
krijgt. P. is een supermoeder van drie kinderen en ik hoor graag hoe zij het
doet, om daar zo af en toe een goede tip uit te halen en om soms te concluderen
dat het bij ons toch echt anders gaat. Wat gelukkig door ons allebei volledig
wordt geaccepteerd en gekoesterd.
De zakgeldformule (20 cent x de leeftijd van het kind)
heb ik gretig overgenomen. Ik had namelijk net de week ervoor een artikel in de
Volkskrant gelezen over een onderzoek dat uitwees dat kinderen die zich leren
‘beheersen’ op jonge leeftijd, die al beter leren met wilskracht succesvoller
zijn op school en in het verder leven. Nou met mijn ‘opvoedtechnieken’ lappen we
dat beheersen behoorlijk aan onze laars. Ook stond in het artikel iets over
kinderen met geld om laten gaan en ze bewust te laten sparen. Ook daar viel bij
ons nog wel wat op af te dingen. Want Keet en Teun kregen op willekeurige momenten
muntjes toegestopt die toevallig ergens op tafel lagen. Daar gingen we dus wat
aan doen. En met de rekenformule van P. krijgt Keet nu iedere zaterdag €1,60.
Maar dan nog dat snoepen. En die beeldscherm-uren. Ga ik ze
daar nou echt schade mee berokkenen als ik daar zo vrij in blijf? Worden (of
zijn) mijn kinderen slappe verwende nesten doordat ik ze nu zo vrij laat?
En dan valt mijn oog op de grote schaal met St. Maarten-snoep.
Verzameld toen ik een paar uur vliegen verderop in de zon lag, onder toeziend oog van papa. Ik weet niet hoe
vol de bak was, maar ik weet wel dat de bodem vijf dagen na deze snoep-inzamel-dag nog steeds
niet te zien was. Maar wat nog vreemder was aan deze bak snoep, was dat hij niet
keurig in de ‘snoepkast’ in de keuken stond, maar pontificaal in de slaapkamer
van Keet, naast haar bed. Het bevreemde mij best, maar ik stapte er overheen en
ging andere dingen doen.
En zo zijn we opeens een week verder. De snoepbak staat nog
steeds op dezelfde plek. En is nog steeds praktisch vol. Er zijn dus zeven dagen voorbij gevlogen waarin de bak niet of nauwelijks is aangeraakt. Niet door Keet en ook niet stiekem door haar kleine broertje. Ze hebben zo hier en daar wel om iets lekkers gevraagd en om koekjes gezeurd. Maar ik kan me niet herinneren dat ik deze week extra snoep heb gekocht. De bak is nog vol. De kinderen nog steeds lief, gelukkig, blij en beleefd. Ik geloof dat ik me voorlopig
niet druk ga maken over de zelfbeheersing van mijn kinderen!
dinsdag 16 oktober 2012
Zwetend het weekend in
Vrijdagmiddag 15.00 uur. Ik ben kapot. Wekenlang om 5.30 uur met een luid ‘mama!’ wakker geroepen worden, begint zijn tol te eisen. Al een tijdje. Ik weet het: ‘gebroken nachten zijn killing’ schrijf ik zelf in m’n boek. Met het advies om echt af en toe een powernap te nemen. En dat probeer ik ook. Maar in de drie dagen dat ik mijn tekstwinkel run is dat niet altijd mogelijk en op de dagen met de kids, zijn de slaapmomenten ook nogal schaars. Was ik vorige week nog bomvol energie, deze week voelt alles zwaarder en vermoeiender.
Ik heb de hele ochtend hard gewerkt aan teksten. Schreef over de kwaliteit van kinderopvang, werkte aan m’n Facebook-pagina voor relaxte moeders en brak mijn hoofd over de in- en verkoop van biologische varkens. Ik heb me laten afleiden door social media en mailtjes, en ben al met al nog redelijk productief geweest. Maar nu gaat het kaarsje langzaam uit. Ik stuur een conceptversie van de tekst over varkensvlees naar de klant, gooi mijn laptop dicht en fiets naar huis. Vastbesloten om mijn sportspullen te pakken en daarna richting Bikram Yoga te gaan. Of is een dutje toch een beter idee?
Mijn hoofd bonkt en ik voel me onrustig en sip. Spoken in mijn hoofd grijpen hun kans op momenten als deze. Slapen of yoga. Buurvrouw één mailde vanmorgen enthousiast ‘was lekker de Bikram vanochtend’. En toen ik antwoordde dat ik vanmiddag zou gaan tenzij ik instortte antwoordde ze ‘Wel gaan hoor. Daarna voel je je beter.’
Thuis tref ik man en nichtje (tevens buurvrouw twee), terwijl ik met de yogaspullen klaar sta voor vertrek. ‘Hoe gaat het?’ vraagt nichtje/buurvrouw. Verkeerde vraag op het verkeerde moment en ik houd het niet droog. De moeheid en de spoken komen er uit. ‘Misschien moet je toch lekker gaan slapen in plaats van nu in de auto te stappen,’ adviseert nichtje/buurvrouw. Ik twijfel. Wel gaan, niet gaan. Straks stort ik daar in. ‘Ga nou maar gewoon,’ zegt Henno.
Vrijdagmiddag 15.55 uur. Ik loop langzaam de warme Bikramzaal in, leg mijn matje neer en neem even de tijd om aan de temperatuur van zo’n 39 graden te wennen. Ik ben nu al blij dat ik ben gegaan. Even wat anders. Geen computerscherm, geen kinderen. Alleen ik en twintig andere zwetende mensen. We beginnen de les zoals altijd met een ademhalingsoefening. ‘Verstrengel je handen onder je kin, adem in door je neus, en breng je ellebogen omhoog. Adem uit met wijd open mond, ellebogen omlaag.’ De dikke man naast mij zweet nu al. ‘Concentreer je op je ademhaling. Yoga is all about breathing. Het gaat er niet om of je een houding wel of niet volhoudt. Het is je ademhaling die goed moet zijn.’ Ik voel me al wat geruster en weet dat ik altijd mag gaan zitten. Na de ademhalingsoefening volgen de balansoefeningen, de stretchoefeningen, grondoefeningen, achterwaartse buigingen. 26 oefeningen in totaal, elke keer dezelfde.
De eerste zweetdruppels volgen snel. Met mijn neus tegen m’n knieën gedrukt zie ik dat het tijd is dat ik mijn benen weer eens scheer. Ik kom langzaam omhoog om naar de volgende houding te gaan. ‘Houd je staande been sterk, span je spieren en houd je gezicht ontspannen.’ Ik glimlach tegen mezelf terwijl ik wiebelig op één been sta en voel me op een vreemde manier relaxed.
Vrijdagmiddag 17.50 uur. Ik loop door de regen naar m’n auto en check mijn telefoon. ‘Hoe was het lief?’ vraagt Henno in een berichtje. Ik sta stil en typ terug ‘dat was superfijn.’ Als herboren stap ik in de auto. Het weekend kan beginnen. Hier kan geen powernap tegenop.
Dit blog schreef ik voor www.mentaalvitaal.nl.
Ik heb de hele ochtend hard gewerkt aan teksten. Schreef over de kwaliteit van kinderopvang, werkte aan m’n Facebook-pagina voor relaxte moeders en brak mijn hoofd over de in- en verkoop van biologische varkens. Ik heb me laten afleiden door social media en mailtjes, en ben al met al nog redelijk productief geweest. Maar nu gaat het kaarsje langzaam uit. Ik stuur een conceptversie van de tekst over varkensvlees naar de klant, gooi mijn laptop dicht en fiets naar huis. Vastbesloten om mijn sportspullen te pakken en daarna richting Bikram Yoga te gaan. Of is een dutje toch een beter idee?
Mijn hoofd bonkt en ik voel me onrustig en sip. Spoken in mijn hoofd grijpen hun kans op momenten als deze. Slapen of yoga. Buurvrouw één mailde vanmorgen enthousiast ‘was lekker de Bikram vanochtend’. En toen ik antwoordde dat ik vanmiddag zou gaan tenzij ik instortte antwoordde ze ‘Wel gaan hoor. Daarna voel je je beter.’
Thuis tref ik man en nichtje (tevens buurvrouw twee), terwijl ik met de yogaspullen klaar sta voor vertrek. ‘Hoe gaat het?’ vraagt nichtje/buurvrouw. Verkeerde vraag op het verkeerde moment en ik houd het niet droog. De moeheid en de spoken komen er uit. ‘Misschien moet je toch lekker gaan slapen in plaats van nu in de auto te stappen,’ adviseert nichtje/buurvrouw. Ik twijfel. Wel gaan, niet gaan. Straks stort ik daar in. ‘Ga nou maar gewoon,’ zegt Henno.
Vrijdagmiddag 15.55 uur. Ik loop langzaam de warme Bikramzaal in, leg mijn matje neer en neem even de tijd om aan de temperatuur van zo’n 39 graden te wennen. Ik ben nu al blij dat ik ben gegaan. Even wat anders. Geen computerscherm, geen kinderen. Alleen ik en twintig andere zwetende mensen. We beginnen de les zoals altijd met een ademhalingsoefening. ‘Verstrengel je handen onder je kin, adem in door je neus, en breng je ellebogen omhoog. Adem uit met wijd open mond, ellebogen omlaag.’ De dikke man naast mij zweet nu al. ‘Concentreer je op je ademhaling. Yoga is all about breathing. Het gaat er niet om of je een houding wel of niet volhoudt. Het is je ademhaling die goed moet zijn.’ Ik voel me al wat geruster en weet dat ik altijd mag gaan zitten. Na de ademhalingsoefening volgen de balansoefeningen, de stretchoefeningen, grondoefeningen, achterwaartse buigingen. 26 oefeningen in totaal, elke keer dezelfde.
De eerste zweetdruppels volgen snel. Met mijn neus tegen m’n knieën gedrukt zie ik dat het tijd is dat ik mijn benen weer eens scheer. Ik kom langzaam omhoog om naar de volgende houding te gaan. ‘Houd je staande been sterk, span je spieren en houd je gezicht ontspannen.’ Ik glimlach tegen mezelf terwijl ik wiebelig op één been sta en voel me op een vreemde manier relaxed.
Vrijdagmiddag 17.50 uur. Ik loop door de regen naar m’n auto en check mijn telefoon. ‘Hoe was het lief?’ vraagt Henno in een berichtje. Ik sta stil en typ terug ‘dat was superfijn.’ Als herboren stap ik in de auto. Het weekend kan beginnen. Hier kan geen powernap tegenop.
Dit blog schreef ik voor www.mentaalvitaal.nl.
zaterdag 29 september 2012
Straks word je nog gelukkig
“Pas maar op. Straks word je nog gelukkig.” Met
lachende ogen kijkt hij over zijn brilletje heen naar mij. Na maandenlang
wekelijks in de stoel tegenover hem te hebben gezeten om mijn hart te luchten,
uit te huilen en vooral ook veel naar hem te luisteren, geeft hij me deze
waarschuwing. Met een groots gebaar neemt hij zijn bril van zijn hoofd en wacht
mijn reactie af. Ik lach en denk dat ik hem geloof.
Ik weet niets eens meer hoelang het was dat ik
wekelijks naar de stad fietste voor mijn therapiesessies. Wat ik wel weet is
dat het even wennen was, maar vooral dat het een hele verademing was. Wekelijks
je ei kwijt kunnen zonder schuldgevoel. Wekelijks wijze raad. Geen adviezen die
je van je beste vrienden ook kunt krijgen, maar een andere blik die verder gaat
dan je eigen logische gedachten. Die dus heel vaak niet logisch blijken te
zijn.
Mijn steun en toeverlaat – we noemen hem Frits –
kende geen wachtlijst toen ik hem voor het eerst belde in grote paniek. Frits
kon ik in geval van nood altijd storen, zelfs als hij vakantie vierde op de
Waddenzee met vrouw en kind. Frits zei eigenlijk altijd slimme dingen, kwam met
hilarische voorbeelden en zijn stem deed me sterk denken aan die van Bert van
Ernie.
Na – pak ‘m beet – anderhalf jaar werden de
bezoekjes iets minder frequent en kon ik het op een gegeven moment ook zonder
Frits. Ik was van mijn angst- en paniekaanvallen af en had mijn draai weer
gevonden. Er waren geen grootse en schokkende dingen aan het licht gekomen,
maar ik had dankzij de therapie een realistischer zelfbeeld gekregen, een
realistischer beeld van mijn naasten en een realistischer beeld van mijn
verleden. En dat hielp om meer mezelf te zijn, zonder angst.
Maar blijkbaar hoort het ook bij mij om soms
toch weer even de weg kwijt te zijn. Dan bel ik schoorvoetend Frits.
Zo belde ik hem anderhalf jaar geleden ook in
grote paniek. Een paar dagen eerder hadden we gehoord dat Teun (toen een maand
of vier oud) drie gaatjes in zijn hart had en naar alle waarschijnlijkheid zeer
snel een openhartoperatie zou moeten ondergaan. Ik wist niet waar ik het zoeken
moest van angst. Mijn kleine mannetje op de intensive care, aan allemaal
slangen en apparaten die zijn hartfunctie over zouden nemen. Hoe moest ik
daarmee omgaan. Frits luisterde rustig naar me en leefde zich in. Hij vertelde
me dat mijn angst volledig normaal was. Hier was geen sprake van een psychisch
probleem. Hier was sprake van een reële angst, die iedere ouder zou hebben.
Geen reden voor een bezoek aan hem. Hij gaf me drie tips die ik mijn leven niet
zal vergeten:
1. Laat je altijd goed
informeren. Stel alle vragen die je vragen kunt aan de artsen.
2. Als het daadwerkelijk mis
is: accepteer het! (hoe moeilijk dat ook is).
3. Praat erover met je
vrienden (‘want die heb jij genoeg,’ voegde hij toe).
Ik nam deze wijze woorden ter harte en Teun
bleek op wonderbaarlijke wijze te genezen en hoefde nooit geopereerd te worden.
Ik leefde dus weer gelukkig voort.
Soms komt er toch een minder reële paniekaanval
om de hoek kijken. En zo kan het zijn dat ik weer in de stoel tegenover hem
beland. Ik zie het maar als een jaarlijks APK’tje. Blijkbaar heb ik die af en
toe nodig. Godzijdank is daar dan Frits, die mij weer op het rechte pad zet. En
dat is fijn. Zo fijn dat ik eigenlijk iedereen zo zijn eigen Frits gun.
Dit blog verscheen eerder op www.mentaalvitaal.nl
dinsdag 4 september 2012
Verdiende aandacht
Even was ik bang in een zwart gat te belanden toen m’n boek
Relax Mama! af was. Ik was tenslotte ruim een jaar lang bij alles wat ik deed
bezig geweest met ideeën voor het boek. Leuk dat het in april in de winkels lag
maar wat nu? Gelukkig was daar toen de eigenhandig opgerichte ‘Club van relaxte moeders’ op Facebook. Wat betekende dat ik gewoon door kon gaan met mijn
creatieve proces over het relaxt moederen, de afgekeurde ideeën voor het boek
toch nog op de één of andere manier kwijt kon en last-but-not least direct
reacties kreeg op wat ik deed.
Op de dag dat ‘De Club’ live ging zaten de relaxte vader en
ik op de bank. Waarschijnlijk allebei met een laptop op schoot. “En”, zegt H.
“met hoeveel likes ben je tevreden?”
“Uuuuhhh tja, waneer zou de club groot genoeg zijn?” We
kwamen er op uit dat 400 een mooi aantal zou zijn om mee te beginnen. H.
beloofde dat ik bij 400 likes een fles champagne zou verdienen.
Zo gezegd, zo gedaan. De voorzitter van de club van relaxte
moeders ging aan de slag. Stukje hier, plaatje daar, recensietje erop, blog
posten, fotootje van de makers. M’n vrienden en de moeders om me heen waren al
snel gewonnen. De eerste 100 likes waren geen probleem. Maar de club mag dan
wel een leuke speeltuin voor mij zijn, het uiteindelijke doel is natuurlijk om
het boek onder de aandacht te houden en niet geheel onbelangrijk de verkoop te
stimuleren. En daar is natuurlijk wel meer voor nodig dan een paar vrienden op
Facebook maken.
Leerde ik in de vorige eeuw nog op de HEAO Communicatie van
de heer Bonny Stoelinga hoe je reclametijd kon inkopen en hoe je direct mails
moest schrijven om je product onder de aandacht te brengen, dit zijn andere
tijden. Tegenwoordig is het eigenlijk veel leuker, dat hele communiceren. Je
kunt veel meer, met middelen die veel toegankelijker zijn. Je hebt geen giga-budgetten
nodig om iets te bereiken. Maar zoals Klaas Weima in zijn pas verschenen
‘handboek voor sociale merkcommunicatie en –activatie’ zegt: tegenwoordig gaat
het om aandacht verdienen. Ik las hoe
hij het verschil tussen vroeger en nu schetst. Las hoe grote merken het
aanpakken op Facebook en Twitter. Hoe vijftig visionairs zo hun ideeën hebben over
dit nieuwe tijdperk. En tot slot kwam ik bij het concrete stappenplan (de reisplanner) om de
aandacht te verdienen.
Ondertussen zat H. mij vanaf de bank af en toe op te jagen.
“Heb je nog wat gepost vandaag? Moet je niet weer eens een blog schrijven?”
Reageerde ik eerst nog wat geïrriteerd op zijn goedbedoelde coachingsmomenten, met
wat hulp van Klaas Weima en zijn voorbeelden begon ik steeds beter te snappen
dat het toch echt gaat om aandacht verdienen. En alleen die term al inspireerde
me om meer te doen. Om nog meer in de huid van mijn ‘fans’ te kruipen. Nog meer
op internet te speuren en ideeën op te doen. En langzaam begon het balletje te
rollen. “Like als jij het leukste
kind van de wereld hebt”, de autoritbingo. Opeens gingen de ‘vind ik leuks’ met
sprongen omhoog. Die ene fles champagne werden er twee en toen drie. Ik kreeg
de smaak te pakken. Zelf een persoonlijke foto van een huiskamer die volledig
is overgenomen door Playmobil kreeg een dik aantal likes. Verdiende aandacht
‘vind ik leuk’. Verdiende aandacht is ook best verslavend. Verdiende aandacht was voor mij een goede schop onder mijn kont om
nog meer mijn best te doen. En zo zit ik nu bijna op de 800 likes. En gaat het
boek richting tweede druk. En bovenal, ben ik niet in dat zwarte gat gevallen
en ga ik nog even door mijn club.
Verdiende Aandacht is het nieuwste boek van Klaas Weima, maar is ook een blog, een iPad-app en iPhone-app.
vrijdag 3 augustus 2012
Vakantiespook
Het was een goed jaar. Mijn eerste jaar als zelfstandig ondernemer, het jaar dat m’n boek uitkwam en het jaar dat Teun zich als een gezond eenjarig jongetje ontwikkelde. Ik deed de dingen die ik leuk vond, ontmoette inspirerende mensen, kreeg boeiende opdrachten, ging een steeds volwaardiger salaris verdienen en combineerde dit alles best goed met moederen. Begin juli was het wel zo’n beetje klaar. Tijd voor vakantie. Tijd voor elkaar, voor wat romantiek en hopelijk voor een goed boek.
Althans, dat was het plan.
Het werd Griekenland dit jaar. Geen ingewikkelde reisschema’s of stress over huisjes. We gingen mijn ouders opzoeken, die een appartementje hebben op het Griekse vaste land. Opa Piet stond ons op te wachten op het vliegveld. Het enige wat wij hoefden te doen was in de auto stappen, een uurtje later uitstappen, ons huisje naast het hunne betrekken, de goed gevulde koelkast openen, zwembroeken aandoen en de zee inrollen. Keet was niet uit het water weg te slaan, Teun niet uit de armen van opa. Dit jaar zou het wel goed komen met mij en de zomervakantie.
Tot ik daar te veel over ging nadenken. Nadenken kan ik heel goed. De afgelopen weken, maanden was er eigenlijk geen minuut waarin ik niet nadacht. Over hoe de dag zou lopen, wanneer ik opdracht A zou schrijven, of blog B. Wat ik op de Relax Mama-Facebookpagina zou posten en hoeveel ‘likes’ dat zou opleveren. Over hoe laat ik de kinderen zou ophalen en of ik daarvoor of daarna zou koken. En eerlijk is eerlijk, ik vond het ook allemaal leuk.
Nu hoefde ik niet na te denken, alle to-do-lijstjes waren weg. Maar mijn hersens waren nog niet gewend aan deze rust, gingen op zoek naar een ander onderwerp en kwamen zo al snel uit op mijn zwakke plek. Mijn achilleshiel. Stemmetjes drongen mijn hoofd binnen. Stemmetjes die ik aanvankelijk heel mindfull probeerde weg te wuiven. Want gedachte zijn ook maar gedachten en je ‘bent niet je gedachte’. Gewoon doen alsof ‘het’ er niet is. En toen ik op dag twee over de boulevard liep om met man en dochter te gaan lunchen kon ik er niet onderuit. Een paniekaanval nam mijn lichaam over. Een steen in m’n buik, m’n armen en benen als verlamd en ondertussen bedenken of ik tzaziki of souvlaki moest bestellen. Man en dochter praatten en lachten honderduit, ik deed een goede poging om mee te doen. Glimlach op mijn hoofd en aandacht erbij houden. Dit waait wel over, ik doe gewoon alsof. Maar gelukkig. Ik besloot op dat moment anders. Met een halfvol bord en het schaamrood op mijn kaken bekende ik manlief dat ik ‘het’ weer had. Mijn vakantiefobie. Ik heb altijd wel even tijd nodig gehad om er een beetje in te komen, had als klein meisje last van heimwee, maar sinds ik in 2006 een keer goed ingestort ben geweest op vakantie heeft dit ‘wennen’ zich ontwikkeld tot een heuse angststoornis. Een spook dat zich zo nu en dan weer eens aandient. Een angst die ik stom en belachelijk vind en waar ik me best voor schaam. Want vakantie is juist leuk en wie is er nou bang voor vakantie?
We zijn een week verder. En inmiddels ben ik best trots op mezelf. Want het heeft deze keer maar een dag of twee geduurd. Het uitspreken bleek het halve werk. Of misschien was dat de hele truc. Niet doen alsof en hopen dat het overwaait. Serieus bijslapen hielp ook. En een man hebben die snapt wat angst is, lief is én je een keer heel streng toespreekt mag je ook niet onderschatten.
Tijd dus nu om m’n computer dicht te klappen en vakantie te gaan vieren. Want dat kan ik namelijk heel goed. En met die romantiek schijnt het ook nog goed te komen…
Dit blog verscheen eerder op www.mentaalvitaal.nl, waar ik sinds kort een maandelijkse column heb.
Althans, dat was het plan.
Het werd Griekenland dit jaar. Geen ingewikkelde reisschema’s of stress over huisjes. We gingen mijn ouders opzoeken, die een appartementje hebben op het Griekse vaste land. Opa Piet stond ons op te wachten op het vliegveld. Het enige wat wij hoefden te doen was in de auto stappen, een uurtje later uitstappen, ons huisje naast het hunne betrekken, de goed gevulde koelkast openen, zwembroeken aandoen en de zee inrollen. Keet was niet uit het water weg te slaan, Teun niet uit de armen van opa. Dit jaar zou het wel goed komen met mij en de zomervakantie.
Tot ik daar te veel over ging nadenken. Nadenken kan ik heel goed. De afgelopen weken, maanden was er eigenlijk geen minuut waarin ik niet nadacht. Over hoe de dag zou lopen, wanneer ik opdracht A zou schrijven, of blog B. Wat ik op de Relax Mama-Facebookpagina zou posten en hoeveel ‘likes’ dat zou opleveren. Over hoe laat ik de kinderen zou ophalen en of ik daarvoor of daarna zou koken. En eerlijk is eerlijk, ik vond het ook allemaal leuk.
Nu hoefde ik niet na te denken, alle to-do-lijstjes waren weg. Maar mijn hersens waren nog niet gewend aan deze rust, gingen op zoek naar een ander onderwerp en kwamen zo al snel uit op mijn zwakke plek. Mijn achilleshiel. Stemmetjes drongen mijn hoofd binnen. Stemmetjes die ik aanvankelijk heel mindfull probeerde weg te wuiven. Want gedachte zijn ook maar gedachten en je ‘bent niet je gedachte’. Gewoon doen alsof ‘het’ er niet is. En toen ik op dag twee over de boulevard liep om met man en dochter te gaan lunchen kon ik er niet onderuit. Een paniekaanval nam mijn lichaam over. Een steen in m’n buik, m’n armen en benen als verlamd en ondertussen bedenken of ik tzaziki of souvlaki moest bestellen. Man en dochter praatten en lachten honderduit, ik deed een goede poging om mee te doen. Glimlach op mijn hoofd en aandacht erbij houden. Dit waait wel over, ik doe gewoon alsof. Maar gelukkig. Ik besloot op dat moment anders. Met een halfvol bord en het schaamrood op mijn kaken bekende ik manlief dat ik ‘het’ weer had. Mijn vakantiefobie. Ik heb altijd wel even tijd nodig gehad om er een beetje in te komen, had als klein meisje last van heimwee, maar sinds ik in 2006 een keer goed ingestort ben geweest op vakantie heeft dit ‘wennen’ zich ontwikkeld tot een heuse angststoornis. Een spook dat zich zo nu en dan weer eens aandient. Een angst die ik stom en belachelijk vind en waar ik me best voor schaam. Want vakantie is juist leuk en wie is er nou bang voor vakantie?
We zijn een week verder. En inmiddels ben ik best trots op mezelf. Want het heeft deze keer maar een dag of twee geduurd. Het uitspreken bleek het halve werk. Of misschien was dat de hele truc. Niet doen alsof en hopen dat het overwaait. Serieus bijslapen hielp ook. En een man hebben die snapt wat angst is, lief is én je een keer heel streng toespreekt mag je ook niet onderschatten.
Tijd dus nu om m’n computer dicht te klappen en vakantie te gaan vieren. Want dat kan ik namelijk heel goed. En met die romantiek schijnt het ook nog goed te komen…
Dit blog verscheen eerder op www.mentaalvitaal.nl, waar ik sinds kort een maandelijkse column heb.
donderdag 2 augustus 2012
De geboorte van een boek
Een van de leukste dingen van het afgelopen jaar was toch
wel dat Relax Mama! eindelijk echt verscheen. Ik kreeg zo veel leuke reacties dat ik een
paar weken lang op een roze wolk heb gezeten. En als ik er goed over nadenk
heeft het maken van zo’n boek eigenlijk wel meer overeenkomsten met een kind krijgen. Als je een boek maakt, krijg je bijvoorbeeld nagenoeg dezelfde
aandacht als wanneer je zwanger bent. Mensen vinden het leuk als je een boek
schrijft, het is een goed gespreksonderwerp, alhoewel je soms zelf nog geen
flauw idee hebt welke kant het op zal gaan of wat je nog te wachten staat. Net
als wanneer je voor het eerst moeder wordt. De vraag “En ben je er klaar voor?”
vond ik bij de zwangerschap van Keet echt een lastige. Klaar voor? Waarvoor
dan? Ook bij Relax Mama! duurde het even voordat het duidelijk was waar het
heen ging. En natuurlijk de onvermijdelijke vraag ‘En.. hoe lang nog?’ Die was
zowel bij baby als bij boek wat makkelijker te beantwoorden. Alhoewel ik beiden
eerder in handen had dan ik had verwacht. En ik vond het heerlijk om over het
boek te praten. Het was tenslotte het leukste project van het jaar. Maar soms
is het wat vermoeiend om jezelf voor de zoveelste keer hetzelfde verhaal te
horen vertellen. En gênant, dat je zoveel aan het woord bent. Net als tijdens
mijn zwangerschap werd ik dan ook steeds handiger in het gesprek richting ander
te draaien: ‘zeg hoe gaat het eigenlijk met jou?’
Eenmaal verschenen was ik trots! Zo trots dat ik er geobsedeerd
veel over twitterde en facebookte. De hele wereld mocht het weten. Hoeveel foto’s
of screenshots kun je eigenlijk maken van een boek in verschillende etalages of
tijdschriften en kranten? Ik zou me bijna gaan afvragen waar ik vroeger foto’s
van maakte.
En dan heb ik het nog niet eens over de lancering. Een
feestje waarop al mijn lieve vrienden en familie mijn nieuweling kwamen
bewonderen. En ze namen nog cadeautjes en bloemen mee ook. Wekenlang had ik een
huis vol bloemen. Alleen de kraamzorg viel helaas wat tegen. Maar verder kan ik
vooral voordelen benoemen. Zo’n boek heeft aanzienlijk minder verzorging nodig
dan een baby. Laat je beter doorslapen, kan gerust een avondje alleen
thuisblijven, zorgt voor minder hormonale schommelingen en kraamtranen en kost
je geen klauwen met geld.
‘Komt er nog een volgende?’ is nu de meest gestelde vraag.
Hé waar kennen we die van? Een derde baby zit er niet meer in, maar een tweede
boek is zo’n slecht plan nog niet. Het is best verslavend, zo’n boek. Maar je
weet natuurlijk nooit of het lukt. En wat het gaat worden is nog helemaal een
verrassing.
maandag 2 juli 2012
donderdag 28 juni 2012
Count your blessings
Het is eindelijk mooi weer. Ik heb leuke afspraken met leuke mensen. Heb het niet te druk en niet te rustig, de kids zijn naar de opvang en naar school, ik heb alle tijd voor mezelf en mijn werk. Alle ingrediënten voor een goede dag zijn aanwezig. Maar toch. Het wordt ‘m niet.
Ik werd wakker met een bedrukt gevoel dat de hele dag blijft sluimeren.
’s Ochtends schrijf ik een tekst voor een klant, fiets in de zon naar de stad om mijn telefoon te laten repareren, drink koffie met een leuke dame met wie ik steeds meer samenwerk en ondertussen vraag ik me af waarom ik niet wat meer energie heb en waarom ik niet gewoon blij ben. Gisteren verliep niets zoals ik wilde dat hij zou lopen. Kind één was ziek thuis en kind twee wilde alleen maar aan me hangen. En toen de man ’s avonds thuiskwam en mij zuchtend en steunend aantrof gingen we daar nog eens ruzie over maken ook.
Maar dat was gisteren. Vandaag is alles anders. Vandaag is een mooie dag.
En zo sleep ik mij mijmerend door deze dag. Inwendig geïrriteerd omdat ik er niet de vinger op kan leggen wat er aan de hand is en gefrustreerd omdat ik de knop niet kan omzetten.
Terwijl ondertussen de dag gewoon op rolletjes verloopt. Zélfs het moeilijkste uurtje van de dag verloopt soepel; ik heb lekker gekookt, haal de kinderen zonder stress van de opvang en het eten gaat er nog goed bij ze in ook. Na het eten zitten we nog buiten, drinken een wijntje met de buren, ik snoei wat takken en doe de kinderen in bad en in bed.
Ik duik nog even achter mijn computer, redigeer een blog van een vriendin, twitter nog wat en de dag is al weer bijna voorbij. Ik ben er nog niet achter wat me dwars zat.
Als ik richting bed ga denk ik aan de nieuwe gewoonte van dochter Keet (7). Sinds ze van een klant van mij een zwarte schrift kreeg schrijft ze iedere avond voor het slapen gaan op wat ze die dag heeft gedaan. Dat gaat ongeveer als volgt: “vandaag had ik voetbaltraining. En ik heb ijs gegeten in de stad. Einde.” En onder de tekst tekent ze een plaatje. Sinds ze is begonnen heeft ze nog geen dag overgeslagen.
Het doet me denken aan een onderzoek van de Utrechtse Universiteit waar ik een tijdje terug aan meedeed. Voor dat onderzoek naar de balans tussen werk en privé moest ik een week lang iedere avond twee positieve ervaringen opschrijven. Het blijkt dat als je iedere dag bewust stilstaat bij een aantal leuke dingen dat de algemene tevredenheid over je privéleven positief beïnvloedt.
En toen kreeg ik het inzicht van de dag. In plaats van vlak voor het slapen gaan nog even een gevatte opmerking op Twitter te maken of mijn Facebook te checken ga ik vanaf nu wat anders doen. En direct pak ik mijn iPhone van mijn nachtkastje, klik ‘Notities’ en type: “Count your blessings. Dinsdag. Vandaag heb ik heerlijk door de stad in de zon gelopen toen ik mijn telefoon wegbracht, het voelde als vakantie. Ik heb de tuin gesnoeid, nergens aan denken, gewoon knippen. En ik heb het blog van Esther geredigeerd.” Ik doe mijn telefoon uit en leg hem terug op het nachtkastje. Ik merk nu al dat het helpt. Met een glimlach op mijn gezicht val ik in slaap. Dit blog verscheen eerder op www.mentaalvitaal.nl, waar ik sinds kort een maandelijkse column heb.
Ik werd wakker met een bedrukt gevoel dat de hele dag blijft sluimeren.
’s Ochtends schrijf ik een tekst voor een klant, fiets in de zon naar de stad om mijn telefoon te laten repareren, drink koffie met een leuke dame met wie ik steeds meer samenwerk en ondertussen vraag ik me af waarom ik niet wat meer energie heb en waarom ik niet gewoon blij ben. Gisteren verliep niets zoals ik wilde dat hij zou lopen. Kind één was ziek thuis en kind twee wilde alleen maar aan me hangen. En toen de man ’s avonds thuiskwam en mij zuchtend en steunend aantrof gingen we daar nog eens ruzie over maken ook.
Maar dat was gisteren. Vandaag is alles anders. Vandaag is een mooie dag.
En zo sleep ik mij mijmerend door deze dag. Inwendig geïrriteerd omdat ik er niet de vinger op kan leggen wat er aan de hand is en gefrustreerd omdat ik de knop niet kan omzetten.
Terwijl ondertussen de dag gewoon op rolletjes verloopt. Zélfs het moeilijkste uurtje van de dag verloopt soepel; ik heb lekker gekookt, haal de kinderen zonder stress van de opvang en het eten gaat er nog goed bij ze in ook. Na het eten zitten we nog buiten, drinken een wijntje met de buren, ik snoei wat takken en doe de kinderen in bad en in bed.
Ik duik nog even achter mijn computer, redigeer een blog van een vriendin, twitter nog wat en de dag is al weer bijna voorbij. Ik ben er nog niet achter wat me dwars zat.
Als ik richting bed ga denk ik aan de nieuwe gewoonte van dochter Keet (7). Sinds ze van een klant van mij een zwarte schrift kreeg schrijft ze iedere avond voor het slapen gaan op wat ze die dag heeft gedaan. Dat gaat ongeveer als volgt: “vandaag had ik voetbaltraining. En ik heb ijs gegeten in de stad. Einde.” En onder de tekst tekent ze een plaatje. Sinds ze is begonnen heeft ze nog geen dag overgeslagen. Het doet me denken aan een onderzoek van de Utrechtse Universiteit waar ik een tijdje terug aan meedeed. Voor dat onderzoek naar de balans tussen werk en privé moest ik een week lang iedere avond twee positieve ervaringen opschrijven. Het blijkt dat als je iedere dag bewust stilstaat bij een aantal leuke dingen dat de algemene tevredenheid over je privéleven positief beïnvloedt.
En toen kreeg ik het inzicht van de dag. In plaats van vlak voor het slapen gaan nog even een gevatte opmerking op Twitter te maken of mijn Facebook te checken ga ik vanaf nu wat anders doen. En direct pak ik mijn iPhone van mijn nachtkastje, klik ‘Notities’ en type: “Count your blessings. Dinsdag. Vandaag heb ik heerlijk door de stad in de zon gelopen toen ik mijn telefoon wegbracht, het voelde als vakantie. Ik heb de tuin gesnoeid, nergens aan denken, gewoon knippen. En ik heb het blog van Esther geredigeerd.” Ik doe mijn telefoon uit en leg hem terug op het nachtkastje. Ik merk nu al dat het helpt. Met een glimlach op mijn gezicht val ik in slaap. Dit blog verscheen eerder op www.mentaalvitaal.nl, waar ik sinds kort een maandelijkse column heb.
dinsdag 12 juni 2012
Vader en moedertje spelen
“Wanneer komen haar echte ouders haar halen, denk je?” Toen Keet geboren was vroegen H. en ik ons dat de eerste paar maanden regelmatig af. We waren zo verliefd op haar. Vonden het zo verwonderlijk dat dit ‘vleesje’ ons kind was, dat het niet te bevatten was dat ze voorlopig ook echt zou blijven. Maar goed, niemand kwam haar halen, dus we deden gewoon goed ons best om voor haar te zorgen. Alsof we echt een vader en een moeder waren. We gaven haar eten, mooie kleertjes, zorgde dat ze goed kon slapen, maakte duizend en één foto’s en hielden onvoorwaardelijk van dat veel te kleine mensje. En in de loop der jaren groeiden we steeds beter in onze rol. Het vader en moedertje spelen is er wel zo’n beetje af. Ik doe de dingen inmiddels niet meer omdat ik denk dat een moeder dat zo hoort te doen, maar durf op mijn gevoel te varen. En wat een mazzel heeft Teun daar mee. Teun, die zes jaar later dan zijn zus werd geboren en een vader en moeder krijgt die gewoon helemaal zichzelf durven zijn en hem daarmee ook veel meer zichzelf kunnen laten zijn. Als Keet als dreumes niet goed wilde eten gingen we –geheel tegen mijn gevoel in - streng zitten doen. Als goede ouder moet je je kind toch goed laten eten. Bij Teun maakt het allemaal niet zoveel uit, vroeg of laat gaat hij toch wel eten. Of het idee dat je als vader en moeder altijd op één lijn zou moeten zitten. Hoe heb dat ooit kunnen denken? Of dat ik in het begin vooral deed wat dacht dat goed was voor Keet, ongeacht of dat ook goed voor mezelf was. Dan stond ik weer op een godschuwelijk tijdstip in de speeltuin de schommel te duwen, terwijl ik schommels duwen haat. Teun heeft misschien pech dat ik nu wat minder vaak naar de speeltuin ga. Omdat ik niet meer doe wat ik denk dat een goede moeder hoort te doen. Maar hij heeft wel een moeder die zichzelf kan zijn. En hij heeft gelukkig een zus heeft die hem alle hoeken van de speeltuin laat zien. Een grote zus, die echt de lucht in schiet en die ik soms van een afstandje bekijk en dan denk: wow dat is gewoon mijn dochter. En dat ik dat dan nog steeds haast niet kan geloven.
Abonneren op:
Posts (Atom)










